Van een oud mensch de dingen die voorbijgingen, kwamen en bleven

Agile in het dagelijkse leven: Omzien is vooruitzien

Home> Dagelijks leven> Sprong in het diepe

Sprong in het diepe

Om mijn oud woonhuis peppels staan
'mijn lief, mijn lief, o waar gebleven'
een smalle laan
van natte blaren, het vallen komt.
Leopold

Dat klinkt toch anders dan aan mijn rijtjeshuis een vogelhuisje hangt. Geen tuinpad waarlangs hoge bomen staan. Een straat met wat onooglijke gemeenteplanten in een border, die constant door autowielen worden mishandeld wanneer er weer gebrek aan parkeerplaatsen is. Wel een vogelhuisje. Twee wel te verstaan. En voor de koolmezen en n voor de pimpelmezen. De laatste is ooit aangekocht tijdens een dagje uit in Vlaanderen. Bij een vogelopvang. In de buurt van Oostende. Gerund door een prototype bioloog, die opschrok toen hij ons binnen zag komen. Toeristen in februari, daar was hij niet op voorbereid. Nu de kinderen uit huis zijn, kunnen we op voor de jongere mens onmogelijke tijdstippen met vakantie. Ver buiten het seizoen. Dat scheelt een slok op een borrel, bij het afrekenen. De Vlaamse kust is dan favoriet.
Met alle warmte die Vlamingen eigen is, konden we bij de haastig geopende inkom een ticketje kopen. Uitgesproken als tieketje. Natuurlijk met de vraag of we misschien recht hadden op korting. Ondanks onze harde tongval. De vogelopvang was nog niet klaar voor het komende seizoen, maar wel leuk. De aankondiging in de tentoonstellingsruimte voor het Belgisch kampioenschap meeuwenschreeuwen was bijzonder.

Wij dachten dat het uniek voor het Vlaamse was, maar ook Nederland heeft deze sport inmiddels omarmd. Het was zelfs op het nieuws. Volwassen mensen die voor hun halve minuut beroemdheid, op artistieke en creatieve wijze een meeuw nabootsen. Sommige mensen hebben gewoon te veel vrije tijd. Ik vraag me af waar zij oefenen. Aan het strand, stil en verlaten? Met een paar van die malloten is dat verlaten strand snel bereikt. Maar stil? Of men wordt afgevoerd wegens onoorbaar gedrag. Dan maar aan de zee wanneer een gure oostenwind iedereen van het strand heeft verjaagd en je tegen de wind in een gratis huid-peeling krijgt van je gezicht? Dus wanneer je gezandstraald wordt en iedereen aan de warme chocolademelk met slagroom is gegaan? Waarbij je geluid gelijk verwaait? En hoe reageren de aanwezige meeuwen? Komen ze op de roep af, of nemen ze hun toevlucht tot de stad om aldaar in een prullenbak hun kostje bij elkaar te scharrelen? Geen lekkere vette kokkel van bij ons, maar een restje slappe verregende patates frites.

Als altijd bij het verlaten van een museum, of iets in die trant, wilden we iets kopen. Tegen te veel geld, maar het is nu eenmaal een bijdrage aan een goed doel. De keuze was reuze. Plastic placemats met afbeeldingen van vogels, andere plastic prullaria, maar ook verrekijkers en vogelknuffels. Met geluid. Het werd dus de mezenkast. Niet met de verwachting dat deze op korte termijn bewoond zou worden. Voor ooit. En het staat gezellig.

De koolmezenkast is al jaren een vaste plek voor een paartje koolmezen. Voordat de lente in alle hevigheid losbarst, komen ze het inspecteren. Het blijft altijd de vraag of ze het goedkeuren. Dit jaar voldeed het weer aan de voor mij totaal onduidelijke criteria. Soms slaan ze een jaartje over.
Vanuit de woonkamer kunnen we ze dan druk zien doen. Met soms een soort kamikaze-aanvliegroute. Afhankelijk van de wind. Wanneer de eieren zijn uitgekomen, zijn ze nog drukker. Zelfs in een stad met gewone tuintjes weten ze genoeg voedsel bij elkaar te zoeken. Met een snavel vol zitten ze dan eerst de omgeving te bekijken. Is het veilig? Zeker als er gaaien of eksters zich te goed doen aan het altijd aanwezige vogelvoer, is dat wel nodig. Gaaien snaaien graag een jonge vogel. Ze zien er koddig uit, maar het blijven aasetende zangvogels.

Persoonlijk vind ik het altijd te veel moeite om in de kast te kijken. Dan moet je op een trap gaan staan. Ik ben ook bang om het nest te verstoren. Het groeien van de jonge vogels is ook te volgen door te luisteren. Naarmate ze ouder worden, wordt de hoeveelheid geluid die ze maken, luider en luider. Ze hebben honger. Altijd maar honger. En dat wordt luidkeels gemeld. Rupsjes nooit genoeg. De ouders voldoen aan hun noodkreet. Maar met steeds meer moeite en aarzeling. Het wordt dan tijd dat ze uitvliegen. Met hopelijk de laatste snavel vol roepen de ouders vanuit een struik of vanaf de schutting naar ze. Als er geen jong met het kopje voor de ingang verschijnt, geven ze uiteindelijk toe en brengen dan alsnog het voedsel.

Wij herkennen dat. Wanneer onze dochter naar haar studentenstad afreist, kan ze wel eens de koelkast inspecteren. We houden er rekening mee. We zetten het een en ander klaar. Of we maken meer dan we zelf kunnen eten. Onder meer soep. Door mij gemaakte soep. Het predicaat soep is niet altijd juist. Ik ben in staat een tomatensoep te maken, die gedurende drie dagen de basis vormt voor een maaltijd. Op dag n een vullende soep voor de lunch mits met water aangelengd, op dag twee de basis voor een pastasaus en op dag drie extra door een curry. Kippensoep valt minder in de smaak. Dat heeft te maken met het bouwpakket dat ik erbij lever. Het gaat niet altijd helemaal goed bij het uitbenen van de poten of dijen. Zeker als ik deze lang heb laten trekken. Dan wil wel eens bij het verwijderen van de kip, deze terug in de soep vallen. Ik doe dan mijn best om alsnog alle botjes eruit te vissen. Meestal zonder succes. Dan krijg ik via de familie-app te horen dat ze hebben kunnen kwartetten en bijna een complete poot hebben kunnen reconstrueren.

Dit jaar waren de jongen van de mezen lui. Het duurde lang alvorens ze het nest wilden verlaten. Mijn eega was in de tuin toen uiteindelijk de jongen zich lieten zien. Met verbazing keken ze naar de buitenwereld. Klaar om een toekomst op te bouwen. Wat alleen een gaatje was waardoor eten werd bezorgd, was nu een deur naar een onoverzichtelijke, zonovergoten tuin, die lokte. Klaar voor de sprong in het diepe. Een fotomoment. Vroeger moest mijn eega dan ergens een fototoestel vandaan zien te halen, in de hoop dat de batterijen nog afdoende lading hadden. Na de vakantie had ik het fototoestel ergens opgeborgen. En als ik iets opberg, dan berg ik het ook echt op. Tegenwoordig pakt ze haar telefoon en is alles gereed voor dat ene moment.

De gebeurtenissen na het nemen van de foto volgden elkaar in rap tempo op. Onze kat die tot dan toe, oud en versleten, naast haar had gelegen, met zijn poot over zijn ogen, waarmee hij liet zien dat hij er niet was, diep in slaap, normaal gesproken zeer bedaard maar vooral erg traag, lag er niet meer. Mijn eega snelde nog wel naar hem toe. Het kraken tussen zijn kaken bevestigde het vermoeden.

De ouders hebben nog een tweetal dagen rondgehangen in de tuin. Met een snavel vol. Maar gaven het daarna op.

Ik ween om bloemen in de knop gebroken
En vr den uchtend van haar bloei vergaan
Willem Kloos