Van een oud mensch, de dingen die voorbij gingen, kwamen en bleven

Agile in het dagelijkse leven: Omzien is vooruitzien

Voortgangsgesprek

Opspelende allergenen


Levenslang maakt onderdeel uit van mijn verzameling lp's. Tegenwoordig mag je weer zeggen dat je een verzameling lp's hebt. Voor een jaar of vijf terug was je hopeloos ouderwets. Nu ben je weer helemaal hip. De jongere generatie zie je dan ook struinen in de bakken met oude, sorry, vintage LP's. Deze zijn namelijk maar een fractie van de prijs van een nieuwe. En een stuk dikker. Of de kwaliteit veel beter is, is afhankelijk van de vorige eigenaar. Op mijn verlanglijstje staat nog een draaitafel. Dan kan ik ervaren hoe ik zelf ben omgegaan met mijn platen. Ik denk te weten waar op welke kant een tik in een lp zit. Soms wanneer ik een liedje hoor, is het zelfs vreemd dat ik die tik niet hoor. Sweet memories.

Op kant B van Levenslang staat het nummer Beschaafde tango. Het eerste couplet geeft wel een juiste indruk.

Kent u dat u koopt gehaast iets bij de supermarkt
't Is niet zo druk dus een kassière zit al klaar
Maar bij de kassa staat een heer
En die legt zoveel pakjes neer
Dat het wel lijkt alsof-ie inslaat voor een jaar
En net als alles is geteld
Is er gebrek aan wisselgeld
Dus de kassière weggesneld
En jij kunt wachten tot je smelt
Dan zou je toch wel even graag heel beschaafd willen zeggen:
"He hoerenjager donder op, met je verlopen pooierskop
Met je pokdalige gezicht, bezopen patser, vieze nicht
Kinderverkrachter, infantiele, impotente ouwe piel"

Als kind begreep ik die tekst niet. En mijn omgeving ook niet, maar dat had meer met het taalgebruik te maken. Te dwars, te plat, te onbeschaafd. Voor mij toen dus spannend. Het ging verder dan het broodje poep van Ome Willem.

Of Long het nu nog zo gezongen zou hebben, daar wil ik gerede twijfel bij plaatsen. Misschien dat hij aan censuur zou hebben gedaan, bang voor de reacties. Want "vieze nicht" is een combinatie die de acceptatie in de weg staat. Of hij was juist wel dwars gebleven en had het wel gezongen maar dan met een greep uit de moderne en bredere woordenschat.

Mijn zoon had een vergelijkbare spannende schaamte bij het horen van Wat zou je doen? van Blof:

Zou je lachen, zou je schelden?
Zou je zeggen dat ik een klootzak ben?

In de auto leverde dat nummer altijd commentaar op: Oh, dat mag je niet zeggen.

Tegenwoordig snap ik de tekst van Long een stuk beter. Ik heb zelf zo mijn momenten dat ik iets beschaafd zou willen zeggen. Niet meer bij de kassa van de supermarkt. Ik ben een geduldig mens. Ik laat zelfs mensen voor als ik insla voor twee dagen. Met de huidige openingstijden, zeven dagen per week, is er geen reden meer om in te slaan voor een week op de zaterdag. De tijd van gister dat je op de woensdagmiddag niet bij je buurtsuper terecht kon, lijkt een eeuwigheid geleden. Sommige veranderingen wennen snel. Efficiëntie geldt nog wel, maar vers is beter dan verlebberd weggooien, dus voor twee dagen inslaan is meer dan afdoende.

Een gegarandeerd moment dat ik de onbedwingbare behoefte heb om beschaafd te reageren, is na opening van een mail die begint "met alle respect". Daar ben ik extreem allergisch voor. Dan dien ik alle zeilen bij te zetten om te accepteren dat ik zelf de aanleiding zal hebben gegeven. Ik zal dan zeker en vast voorafgaande aan die mail op enige tenen hebben gestaan. Normaal gesproken weet ik me altijd in te houden. Wat dat betreft is #DOESLIEF aan mij niet besteed. C'est le ton qui fait la musique (en dat klinkt toch zachter dan Der Ton macht die Musik). Mijn motto: Wie goed doet, goed ontmoet.

Vandaag had ik mijn voortgangsgesprek. Zoals iedereen wel eens zo een gesprek heeft. Je mag dan bij je baas verschijnen, om je functioneren te bespreken. Flink zijn, even flink zijn, is dan het devies.

Het woord baas beroert de allergenen van mijn baas. Ik mag mijn baas geen baas noemen. Alleen honden hebben volgens hem een baas. Dus baas, want naar mijn mening dartel ik al sinds het begin van mijn werkzame leven als een Golden Retriever rond. Hondstrouw, met de blik van "kom nou spelen", goed afgericht. Mijn vacht is wat valer geworden en de eerste dunne plekken worden zichtbaar, maar het speelse is gebleven. Mijn bazen veranderden. Zowel qua persoon als qua insteek. Inmiddels is men van micro-management overgegaan op coaching. Ik heb de brown papers zien hangen, in de ruimte waar het hen werd uitgelegd. Een training van een halve dag was ruim voldoende.

Geestelijk had ik me voorbereid op de nieuwe aanpak. Niet dat ik een beoordeling eng vindt. Want 15 jaar dezelfde drill, het uitdelen van evaluatieformulieren aan cursisten, heeft me veel beoordelingen opgeleverd. In de hoop dat mijn cursisten niet zouden volstaan met braaf het middelste rondje te kleuren. Begeleidende tekst was namelijk welkom.

In een spreadsheet heb ik toen de formulieren ingevoerd. Analyseren! Waren er trends? Welke training verliep wel goed, welke minder? Hoe te sturen? Wat anders te doen? Zeg maar de voorloper van de NPS. Ik kon echt geïrriteerd zijn als iemand een derde rondje of lager inkleurde. De hoeveelheid benodigde meest rechter rondjes was aanzienlijk om dan weer tot een acceptabel cijfer te komen. Aan de andere kant, de graadmeter dat cursisten terug kwamen en zelfs naar mij vroegen, gaf een genuanceerder beeld. Evenals de hand die ze mij gaven met de bijbehorende chit-chat als ze voor een training terugkwamen die buiten mijn kennisgebied lag. Maar dat is al jaren her.


Andere tijden

Mijn huidige manager, is een stuk jonger. Oud genoeg om droog achter de oren te zijn, dus door de wol geverfd. Redelijk mager. Met een strak kapsel. Mijn vader smeerde vroeger voor zo een kapsel brylcreem in zijn haren (blauwe pot). Tegenwoordig zal er wel het zevenvoudige worden neergeteld voor een hip merk. En hij loopt op imponerend schoenen, gekleurd en van een vrolijk motief voorzien. Afgekeken van zijn leidinggevenden. Wie de schoen past, trekt deze aan. Niet aan mij besteed. Ik koop mijn schoenen bij de Scapino. Alle andere budget merken zijn ter ziele. Met de tijd leer je dan dat goedkoop, duurkoop is. Voor de halfjaarlijkse gang naar deze winkel had je eenmalig een goed paar kunnen kopen bij een ambachtsman. Schoenen die wel jaren mee gaan. Maar de van jongs af aan ingeslopen routine om voor het weinig aanwezige geld en omdat je het nu nodig hebt, iets te kopen, in combinatie met de consumptiemaatschappij, laat zich moeilijk veranderen. Mijn schoenen zijn zwart overigens, heel soms bruin. Geen tierelantijntjes, geen liflafjes, geen polonaise aan mij lijf. Type grijze muis.

Het gesprek begon met een half uur kennismaking. Vol interesse hoorde ik zijn verhaal aan. Bevestigend, want iemand de afgrond in prijzen, lukt mij altijd wonderlijk wel. Hij vertelde wat hij had gedaan, waarom hij had gekozen voor dit bedrijf en nu was toegetreden tot deze fijne werkfamilie.

Daarna was ik aan de beurt. Zoals gebruikelijk wist ik me binnen vijf minuten tot het bot af te kammen. Mijn doelstellingen had ik nog niet volledig afgerond. Het leeuwendeel van mijn collega's zet ze altijd allemaal op 100%. Ik vraag me dan af hoe het kan dat je tijdens je voortgang al je doelen heb bereikt. Heb je dan de juiste doelstellingen gesteld? Bij mij moet de lat altijd hoger. En ik zet me graag in de positie van een underdog.

Met een glimlach, want hij kon zijn halve dag cursus in praktijk brengen, begon zijn coaching. Hij begon me uit de put te praten. Dat hij zag wat ik allemaal deed en kon. Maar ook dat hij niet alleen het bedrijf, maar ook de mens centraal stelt, dat hij de mens achter de werknemer belangrijk vindt. Dat er balans moest zijn. En toen kwam de onverwachte vraag:

Waar krijg jij nu energie van?

Ik ontwaarde een redelijk penetrante zwavelgeur. Mijn persoonlijke duiveltje was verschenen. "Zeg het, zeg het", hoorde ik. "Je kan het". Het meest voor hand liggende, maar sociaal totaal onverantwoorde antwoord, werd mij ingefluisterd.

Wat denkt u zelf?

Ik wist mij in te houden. Mijn duiveltje, inmiddels op mijn schouder gezeteld, deed nog een poging. "Zeg het dan, hij is toch je baas, hij hoort je te managen, hij behoort te weten wie jij bent, wat je kunt, waar je je het meest op je plek bent, hoe je bent in te passen ten faveure van het bedrijf. Zeg het, zeg het, zeg het dan. Brul nou eens als een muis! Grom. Laat je tanden zien!"

Ik stamelde, kwam moeilijk uit mijn woorden. Bijten op je tong is niet handig wanneer je moet praten. Dan maar de toer op van bedrijfsbelang en juiste plek en vaardigheden. En natuurlijk de prettige contacten op de werkvloer in de operatie. Het zal geen goede indruk gemaakt hebben. Zeker omdat juist tot mijn vaardigheden communiceren behoort.

"Loooooser" tetterde mijn duiveltje in mijn linker oor. De zwavelgeur vermengde zich met de geur van lelietje-der-dalen. Mijn engeltje diende zich aan. "Goed zo, ga zo door" hoorde ik in mijn rechter oor. "Let niet op haar!", schreeuwde mijn duiveltje en gooide het over een andere boeg.

"Dextro energy, een Mars dat geeft je nieuwe energie, zeg dat. Of zeg dat je het geld nodig hebt voor je vaste lasten! Of beter, zeg dat je soms op de bank in elkaar stort en dat je onder het weerbericht je vrouw noodzaakt om de tv harder te zetten, omdat je ligt te snurken. Omdat het allemaal zo veel energie kost".

Mijn engeltje begon er tegen in te gaan. Het verbale geweld van de twee werd een onverstaanbare kakofonie. Maar de vaste lasten gaven me een aanknopingspunt.

Ik hoorde mij zeggen, dat ik graag naar het theater ga. Dat dat kan, doordat ik zo een goede werkgever heb en ik het daardoor nog meer waardeer dat ik me mag inzetten voor ons bedrijf. Op de vraag waar ik het laatst naar toe was geweest, was mijn antwoord Daniël Lohues. Dat vond hij verrassend. Hij zat weer op zijn praatstoel. Zijn jeugd had hij doorgebracht in het oosten. Lohues bracht altijd die warme gevoelens terug. Ik was gered. Ik mocht weer luisteren.

Toen zijn telefoon ging, keek hij geïnteresseerder naar het display dan naar mij. Hij excuseerde zich. Iemand uit de C-klasse vroeg om zijn aandacht. Vader Abraham heeft gezongen over de C-klasse. Dat je daar wel je eigen piepers kan jassen, maar de zon niet kan zien. Ver voor zijn tijd. Het bleek de CEO. Hij bloeide helemaal op. Hij was belangrijk!

Mijn voortgangsgesprek was direct voorbij, hij mompelde dat ik vooral door moest blijven gaan en dat hij dit middels mail zou bevestigen. Haastig liep hij de kamer uit. Hij botste bijna op een collega met een dienblad vol gevulde koffiebekers. Het ging net goed. Dit tot hilariteit van, maar ook grote teleurstelling bij mijn engeltje en duiveltje. Die hadden inmiddels weer vrede gesloten en keken een beetje meewarig naar mij. Er viel niets meer te halen. De zwavelgeur was verdwenen. De zweem van lelietje-der-dalen beklijft altijd langer.

Ik ving nog net van zijn gesprek op, dat hij de CEO bedankte voor de cursus coaching en dat hij het geleerde al in praktijk had kunnen brengen, met succes!

Ik zong zacht: dan zou je toch wel even graag heel beschaafd willen zeggen...