Van een oud mensch, de dingen die voorbijgingen, kwamen en bleven

Agile in het dagelijkse leven: Omzien is vooruitzien

Home> Dagelijks leven> Net als in de film

Net als in de film

Net als in de film, ik wil het. Toontje lager. 1982. De hoofdpersoon van dit liedje verlaat een bioscoop. Eenzaam en verlaten droomt de hoofdpersoon over een relatie. Op gouden stranden. De realiteit was anders. "Ik was helemaal alleen. Toen de film was afgelopen, ging ik nergens heen". Toch anders dan dat Rob de Nijs veel eerder zong: "M'n vrienden kwamen langs, maar ik wilde alleen aan het strand wat wandelen. Zomaar nergens heen". Dat verzuchten nu heel veel mensen. Het is conform richtlijnen. Maar “nergens heen” staat de grootste groep meer aan. Blijf thuis!

Wat voor film zou er zijn bekeken? Een adembenemende liefdesfilm? De meest voor de hand liggende film van toen is An Officer and a Gentleman. Of één of andere B-film als Grease 2. Beide heb ik niet gezien. Maar het wegdromen is mij, en vast iedereen, bekend. Zich kunnen vereenzelvigen met een karakter uit een film zal iedereen ooit gedaan hebben. Meeleven. Al of niet om dezelfde ervaring te verkrijgen, of je de vraag te stellen, hoe zou ik reageren. Als er maar lang en gelukkig verder wordt geleefd. Dat wil iedereen.

Het soort film maakt wel een beetje verschil. Een betere slasher of dystopische film levert weinig mededogen of medeleven op. Eerder verstikkende spanning. En sensatie. Men is even weg uit de realiteit, kan zich onderdompelen in het verhaal, met de zekerheid dat na de aftiteling, men een kleine twee uur vermaakt is, maar terugkeert in de gewone wereld. De kijker overkomt het niet. Freddy Krueger zal menig jong mens nog wel bezocht hebben, maar anders.

Veel van de films uit 1982 heb ik nooit gezien. Op tv heb ik het gedoe met dat ding op Antarctica gezien. Onvermijdelijk, want deze is veel herhaald. Blade Runner heb ik op DVD. Maar heb ik niet gezien in de bioscoop. Een bioscoopje pikken, is nooit een gewoonte geworden, iets dat ik vanaf mijn jeugd in mijn leefpatroon heb laten inslijpen.
In mijn jeugd was de bioscoop een luxe uitje. Er was de keuze tussen met meer vriendjes naar het zwembad, of met één of twee vriendjes naar de bioscoop. Ik heb veel gezwommen. En dan nog binnen de beperking van tijd. Er was een kaartje en een dagkaart. Die laatste was duurder. Het abonnement was een illusie. Maar prettig als een vriendje dat zonder te vragen meenam. De verrassing van de activiteit van een verjaardagsfeestje, was dus nooit een verrassing. "Neem je je zwemspullen mee?" op de uitnodiging, was geen dwaalspoor.

Mijn filmopvoeding heb ik gekregen via de BRT. Op zaterdagmiddag was er steevast een zwart-wit of vroege kleurenfilm te zien. Danny Kay, Errol Flynn en John Wayne waren mijn helden. Later zag ik films als 1984, Fahrenheit 451, Soylent Green, Silent running en Logan's run. Na de positieve jaren '50 sci-fi films, zoals Invasion of the Body Snatchers. Met het verplichte Hollywood einde. We zijn onoverwinnelijk, heel even aantastbaar, maar daarna gewoon weer onaantastbaar. De latere en betere versie met Donald Sutherland, viel wat dat betreft uit de toon. Maar was zeer typerend voor die jaren. Net als in de film, dat wil ik niet. Maar het is maar film. Terug naar het gewone.

Een aantal van die films heb ik op DVD. Herzien via de tv zat er niet in. Ik heb ze wel in mijn eentje herbekeken. Mijn eega heeft er niet zo veel mee.
Soylent green heeft indruk op me gemaakt in mijn jeugd. Ik kon me er geen voorstelling van maken, dat we er zo een potje van zouden kunnen maken. Het onderscheid tussen rijk en arm, dat was herkenbaar. Mijn vader was onopgeleid, maar een harde werker. Zijn hofmeester beschreef hem als behept met een opgeruimd en vriendelijk karakter, hulpvaardig en benoemde apart dat hij zeer goed met menschen kon omgaan. Werken met vlijt was het devies. En dat deed hij. Mijn kansen maakte hij mogelijk. Wanneer je dan als arbeidersjongen van ergens 5 hoog op een flat tussen het crapuul van de twee-onder-één-kap op het Atheneum beland, is dat wennen. De geboren toekomstige leiders snapten niet wat je er (toe) deed. Waarom werd je überhaupt op die school toegelaten? Loop je echt in een Canda-broek? Over Hans Textiel houd ik mijn mond.
De film eindigt met een vrijwillige euthanasie. Een eenzaam afscheid. Ondraaglijk lijden. De hoofdpersoon uit Soylent green kende het geheim. Zijn lichaam was een donatie aan de wereld. De groene brokken van soja en linzen, bleken niet van vegetarische oorsprong.
Vanaf mijn afbrokkelende Katholieke zuil was het onbestaanbaar dat men euthanasie pleegde. Zelfs niet ten behoeve van de nog levenden. Nu vele jaren later, de ervaring van het verlies van mijn ouders rijker, kijk ik er heel anders naar. Een einde hoeft niet mensonterend te zijn. Het kan een bewuste keuze zijn. Afscheid op afspraak, hand in hand, wordt er niet makkelijker op, maar het is respectvol.
Mijn eega weet dat ik ook die keuze zal maken. Hopelijk mag ik ooit nog eerst wandelen naar Santiago de Compostella met mijn dochter.
Het is mijn keuze. De oplossing in Logan’s run lijkt eloquent, maar dat is deze verre van. Op je dertigste is het einde verhaal. Er is geen keuze. Er lijkt een uitweg. Maar dat zijn de spelen naast het brood. Idyllisch is het wel. Het had jaren kunnen voortkabbelen, maar de twijfelaars “verpestten” het voor de gelukkigen. Als men gewoon altijd had blijven doen, wat men altijd had gedaan… Het einde van de film appelleert aan ons vrijheidsbesef. Het is een gelukkig einde. Maar of men nog lang en gelukkig leefde, wordt er niet bij verteld. Ouderdom en gebreken...

Een film als Silent running was zijn tijd ver vooruit. 1984 en Fahrenheit 451 nog meer. Maar anders. Deze laatste grepen terug op wat was. Het waren waarschuwingen. De introductie van mobieltjes, internet en andere zaken, laten echter zien, dat het heden alle mogelijkheden biedt om het te verwezenlijken. Maar toen ver van mijn bed. Mijn ouders wisten hoe het was geweest, maar verborgen dat voor mij. Ze waren bezig met een positieve toekomst. Hamsteren heeft mijn moeder echter nooit afgezworen. Je weet maar nooit. Zuinigheid hoorde daar ook bij. We hadden het niet breed, maar ik had alles wat ik nodig had. Zelfs Cola. Het merk bestaat niet meer.

De huidige films zijn grafisch natuurlijk veel beter. Horror is echt horror, aliens zijn aliens en geen groen of blauw geschminkte actrices. Datgene wat mijn kinderen ooit gezien hebben als kinderserie, doet mijn jeugd-tv verbleken. De vloek van Woestewolf deed mij achter de bank kruipen. Het is nu lachwekkende tv. Maar net als de huidige films bracht het ontspanning. Er is toch niets prettiger dan je onder te laten dompelen in een wereld die jouw wereld niet is, dingen te zien die jou nooit kunnen overkomen. Een verhaal om bij weg te dromen, of je te laten schrikken of lachen.
Was het eerst nog bijzonder dat op tv horror werd getoond, nu is het normaal. Veronica wist ergens in de jaren '80 horror te hypen. "Kijk deze film niet alleen", werd in een kader getoond. Na een ellenlange aanloop van weken waarin werd aangekondigd dat dergelijke films vertoond zouden worden, waren velen vol verwachting. Opgefokt. Het moest dan toch wel eng zijn. Iedereen moest het zien. Veronica was bezig met hun gang naar commercie. De hype werkte. De naam van de films ben ik vergeten. De beelden ook. Was het vermaak? Het was vooral ver van mijn bed.

Ver van ons bed is van belang. Realiteit wordt dan soms gelijk een film. In 1991 keken we ontspannen met spanning naar de beelden uit Irak. In het begin van deze eeuw genoten we in het vervolg van Mohammed Saïd al-Sahaf. Hilarisch vonden we het. Nog steeds. Op Youtube zijn The best of van hem te vinden. Parallelle werelden. Ver weg. We gingen door met ons leven. Er was vertrouwen dat de schurk zou worden verslagen. Het zou ons niet raken. Zelfs niet toen Europa in brand stond. We hadden de VN die orde op zaken kwam stellen. De restanten van de communistische bezetting werden opgeveegd. De Europese kaart werd in ere hersteld. Daar waren weer de landen die altijd hebben bestaan. Het land achter Gods rug had zijn land en dus betekenis terug.

Op de ene of andere manier, zijn we gewend geraakt aan veel. Dit jaar vieren we het jubileum van het einde van WOII. Voor de generatie die toen meevocht, is het de laatste kans om te paraderen en te worden geëerd. Degene die het organiseren hebben het van horen zeggen. Niemand weet meer echt hoe het was. We leven in vrede. Dus waarom terugkijken, waarom organiseren? Déjà vu?

So now every April I sit on my porch
And I watch the parade pass before me
And I see my old comrades, how proudly they march
Reliving their dreams and past glory,
I see the old men all tired, stiff and sore
Those forgotten heroes from a forgotten war
And the young people ask "What are they marching for?"
And I ask myself the same question.
But the band plays Waltzing Matilda,
And the old men still answer the call,
But year after year, the numbers get fewer
Someday, no one will march there at all.

Oorlogsfilms tonen voornamelijk de heroïsche daden. Zelfs een film als 1917, hoe goed ook, toont heroïek. De eenling die een massaslachting uit weet te stellen. Geschiedenis zonder angel. Geschiedenis die het lot van de Tachtigjarige Oorlog achterna gaat. Alles gaat goed. Op wat spanningen na. En hier en daar een vervelende aanslag. Maar dat zijn gekken. Eenlingen. Ook daar krijgen we vast vat op.

Nog geen 100 jaar geleden waren er ernstige zorgen rond ziektes als griep. Tegenwoordig wordt geacht dat je niet meer voor een griepje thuis blijft. De omstandigheden zijn nu zo optimaal dat we alleen milde klachten ervaren. We zijn onoverwinnelijk, onaantastbaar. Dat het soms minder goed gaat, is geaccepteerd. En we weten allemaal onbewust van het bestaan van de kudde-immuniteit. Onbewust. Toen in ons jong verleden, 1992, een polio-epidemie de kop opstak, werden mensen wat verontrust. Godsdienstvrijheid moest aan banden worden gelegd. Het kwam te dichtbij. Ik herinner me goed de verontwaardiging bij een collega die zich ernstige zorgen maakte om haar moeder. Haar termen naar de Bijbelgordel zijn nog steeds niet voor herhaling vatbaar. Maar de onrust bleef klein. Er zal ongetwijfeld lokaal een voetbalwedstrijd onder verscherpt toezicht zijn gespeeld, maar het was onder controle. Er was geen internet. Op tv werd er beschaafd over gesproken. Telefoonlijnen naar radioprogramma's bestonden net. Door Veronica als eerste opengezet bij hun nieuwsprogramma, geschoeid op Amerikaanse leest. Dezelfde mensen wisten altijd in te bellen en hun mening te spuwen. Soms leidde dit tot ongemakkelijk gelach bij de presentatoren en werd de lijn bijna direct weer dichtgegooid, "ja nu weten we het wel", zodat anderen aan het woord konden komen.

Het nu is anders. Heel anders. Met de verwachtte exponentiële stijging van de COVID-19 besmettingen, steeg exponentieel de hoeveelheid reacties op de verschillende sites. Dagelijks doe ik een rondje nu.nl. Ik zie dezelfde mensen op “hun” forum hun mening herhalen, waarbij soms gewoon een copy-paste wordt gedaan van de dag ervoor. Er is niet veel goed. Nederland is een onderontwikkeld land, cijfers zijn onjuist en de bewindslieden moeten binnenkort voor de rechter verschijnen. Waar blijft de motie van wantrouwen? Waarom is er nog geen parlementaire enquête? Vele zijn in het bezit van Excel of Open Office en maken hun eigen grafieken. Even een trendlijn op de gegevens zetten, klaar. Hel en verdoemenis! We gaan er aan! En, het is geen griepje!

In het Geneeskundig huisboek uit 1934 staat de volgende tekst:

Het verloop der influenza dat gemiddeld een week duurt, ondergaat vaak door bijkomende of naziekten vertragingen, die weken of maanden duren. Zeer gevreesd is het ontstaan van ontstekingen van longen en borstvlies, het opflikkeren en zich uitbreiden van verborgen of beginnende tuberculose.

Toen was ons griepje, echt geen griepje maar een dodelijk, onbehandelbaar, virus. Het nieuwe virus is dat ook. Het is onbekend, onbemind en heeft zich door onze leefpatronen bijzonder snel weten te verspreiden. Moeten we daar mensen voor aankijken? Nee, natuurlijk niet. Wintersport was al die jaren een gewone luxe, of misschien een gewone vakantie. Niet dat ik ooit op die lange latten heb gestaan. Maar ik snap volkomen dat mensen op wintersport gaan. Ik leg mijn prioriteiten anders. Een vakantie in eigen land of Vlaanderen is voor ons luxe genoeg. Maar ik gun "die anderen" hun pleziertje. En ik ga ze er zeker niet op aanspreken. Gedane zaken nemen geen keer. Het achterste deel van een koe zie ik minder graag dan zijn kop.

Nog minder dan 100 jaar geleden waren we pas in staat om virussen goed te bestuderen, dankzij de elektronenmicroscoop. De snelheid van verdere medische ontwikkeling doet ons vergeten hoe kort sommige zaken pas bestaan. De moord en brand roeptoeterende goegemeente wil meer IC bedden. Kijk ik in het eerder genoemde boek uit 1934, dan wordt vol trots een foto van een couveuse getoond. Geen aquarium, maar voornamelijk dicht. Met een kachelpijp. Toen heel modern en schaars. Nu onbestaanbaar.

Mocht toen een vergelijkbaar virus uitgebroken zijn, dan waren er vele doden gevallen. Er was geen roep geweest om meer IC-bedden, er was geen roep geweest om wat dan ook. Men had misschien wel vol bewondering en verwondering gekeken naar de medische vooruitgang en eerste successen. De kerken hadden vol gezeten. Vol met mensen op zoek naar steun, of om boete te doen. Er zou veel verdriet geweest zijn, maar er zou ook acceptatie en berusting zijn geweest.
Zou? Het is gebeurd. De Spaanse griep heeft voorzichtig geschat wereldwijd 20 miljoen mensen het leven ontnomen, waaronder 20.000 Nederlanders. Soldaten die Europa kwamen bevrijden, hadden iets onder de leden. Het carnavaleske, maar o zo logische vieren van de triomf, droeg bij aan de verspreiding over de wereld. Het waren overigens toen niet de "oudjes". Juist niet. Het waren de jonkies. Hoe er toen werd gereageerd? Men stond met de handen in het haar.

De doodsangst waarin men verkeerde, voor de plotseling openbarende ziekte, die den patiënt in een krampachtige worsteling met den steeds overwinnende dood een bijna zeker einde tegemoet gaan, stemde tot een sombere neerslachtigheid en een naargeestige stemming.

Van overheidswege werden voorschriften op hygiënisch gebied gegeven: "Neem toch vooral het stof in uw vertrekken niet droog op, zet dag en nacht vensters open, zoodat steeds versche lucht aanwezig zij." Artsen probeerden van alles om hulp te kunnen bieden. Zo werd er bijvoorbeeld taftzijde gebruikt om de borst te laten broeien. Ook werden er sublimaat-injecties, berokingen met salpeterzuur, eucalyptusolie en suikerbieten gepropageerd. Het hielp niet, maar de angst werd minder.

We zijn of waren het vergeten, niet onderwezen in onze geschiedenis, of hebben verdrongen dat het er ooit was. We wilden er ook niet aan herinnerd worden. Het was verleden tijd. Ver van ons bed.

Nu het aan de vrijheid van de individuele mens komt, is het niet meer ver van ons bed. Dat Zeeland buitenstaanders, dat wil zeggen vakantiegangers die normaal altijd welkom zijn, weert, is egoïstisch. Men wil acuut na een werkweek opsluiting, naar de camping. Of men wil voor langere tijd een vakantiebungalow huren in Drenthe. En die sportschool, kan gewoon open. Allemaal klein leed. En ieder voor zich heeft het zwaarder dan de ander. Barbertje wordt gezocht. Barbertje moet hangen.

De goegemeente geeft nu ons kabinet de schuld. Wanbeleid. Evenals kan de goegemeente niet begrijpen dat voor de hand liggende oplossingen geen oplossing zijn. Zet een T-stuk op een beademingsmachine en je hebt er twee. Eureka! Zorg is niet duur, als je maar pragmatisch bent. Iemand met een jaar of 20 ervaring op een IC, die tijdens zijn of haar studie op die wijze al eens ratten heeft beademd, zal worden weggezet als zwartkijkende, te hoog betaalde, dieronvriendelijke profiteur, als deze meldt dat er toch te lichtzinnig wordt gedacht over beademing. Twee maanden terug werd hij of zij met een zakje drop of bos bloemen bedankt voor al de goede zorgen.

Daarnaast schijnt iedereen die 2+2 gelijk kan stellen aan 5, door te gaan voor de Einstein op gebied van statistiek. De wijze waarop cijfers worden ontleed, is vreemd. Maar het blijkt het houvast van mensen. Doen we het beter dan een ander land? Het wedstrijdelement komt te voorschijn! Nederland staat op plaats 4, nee 3, of... Doet België doet het nu echt beter? Dat kan toch niet? Hadden we maar dezelfde maatregelen als in China of Duitsland. Deden we maar betere registratie. De bezetters in '40-'45 hebben veel gehad aan onze betrouwbare registratie.

Angst. Doodsangst. Dezelfde angst en neerslachtigheid als toen. Maar zonder de berusting en nederige acceptatie. Berokingen met salpeterzuur kennen we niet. Vitamine C intraveneus of een dodelijk aquariumschoonmaakmiddel oraal wel. Elke strohalm wordt vastgegrepen. Dank zij het internet hoeven we ons niets meer aan te trekken van de "wijzen".

Niets kan meer achtergehouden worden. Iedereen kan "de" waarheid googelen uit de vele waarheden. Zonder soma. Misschien is dat wel een oplossing. There’s always soma to give you a holiday from the facts. Heel Nederland aan de Ritalin? A.Vogel Passiflora Complex Rustgevend waar nu zo veel reclame voor wordt gemaakt, lijkt me geen afdoende oplossing.
1984 is eng nabij. Wordt er vinger gewezen naar het buitenland, dan komen uit onvermoede hoeken en gaten soms google-Nederlands schrijvende, soms goed Nederlands schrijvende roeptoeters datzelfde buitenland verdedigen. Altijd wel met als drogreden, het van horen zeggen, van een neef, oom of geliefde, dat het elders echt beter is. Doe een lockdown en zet het leger in, is het antwoord. In deze bubbel willen velen onze vrijheden inleveren, en anderen overtuigen dat te doen, als "het" maar ophoudt en we verder mogen met ons normale leven. Gebruik de data van de mobieltjes! Laat een app signaleren dat er geen 1,5 meter afstand is. Laat dat signaal doorwerken in je medisch dossier. Geen ziekenhuisopname als straf! Haal de oude garde onderuit. De nieuwe garde staat klaar om het over te nemen. De golf van desinformatie en niet kritische volgers, zwelt aan. De golf, The wave.

Net als in de film, ik wil het?

Ik wil het per definitie dus niet!

Dood is onherroepelijk onderdeel van ons leven. In War of the worlds waren we dolblij met die microscopische "wezens": slain, after all man's devices had failed, by the humblest things that God, in his wisdom, has put upon this earth. Nu zijn we het even niet. Ik pas voor een Brave new world. Alles heeft zijn prijs en de ultieme eindafrekening van ons leven komt altijd. Onvermijdbaar.

Afscheid nemen bestaat.

We zullen afscheid nemen van dit virus.

Wij hebben, geluk bij een ongeluk, geen NEE-JA sticker meer op de brievenbus. Ik moet nog een nieuwe kopen. Maar het is niet van levensbelang.
Keetje Tippel leerde ons dat je je kont kan afvegen met een bladzijde uit een blauw bandje. Inderdaad de Jules Verne reeks. Dus mochten we klaar zijn met het virtuele kwartet "Mag ik van jou het 80e velletje van rol vier" uit dat ene pak WC-papier, kunnen we aan de huis-aan-huis bladen, die we natuurlijk niet doorspoelen. Tenzij we toch "opeens" weer een nieuw pak kunnen kopen, als dat uit de iets minder overvolle magazijnen de winkel heeft bereikt.
Verandering zit in kleine dingen. Met een bolderkar loopt een jongen uit de wijk eerst de reclame folders, daarna de lokale sufferdjes. Altijd op het zelfde tijdstip. De reclamefolders zijn niet meer in plastic verpakt. Dat is uitermate goed in de strijd tegen het wegwerpplastic. Plastic dat wel in de zak gaat, maar niet hergebruikt kan worden. De reden zal wel zijn dat het virus langer kan "overleven" op plastic dan op papier. Misschien voortaan uit gemak voor de bezorgers een papieren wikkel hanteren? Dat is vele malen makkelijker te hergebruiken. Als dit nu kan, kan dat straks ook. En dat straks komt echt. Hopelijk met herbezinning.

COVID-19 zal het onderspit derven. Verliezen zullen we allen lijden. Dat doet pijn. Maar accepteer de dood. Hoe treurig ook. Herbezin op hoe het was. Bedenk hoe het kan zijn. Keep calm and Carry renewed on.