Van een oud mensch, de dingen die voorbij gingen, kwamen en bleven

Agile in het dagelijkse leven: Omzien is vooruitzien

Sproeischaamte

Met de eerste tropische dag achter de rug staat het komkommernieuws bol van al de rampzalige gevolgen van deze barbaarse omstandigheden. De getroffenen mogen daarom in het nieuws en op nieuwssites hun barre en bizarre ervaringen delen. Dakdekkers blijken in hun CAO te hebben staan wanneer ze van het dak moeten komen zonder waarschuwing maar ze zijn wel het een en ander gewend, de FNV heeft een hittestress-meter in het leven geroepen en de tuinmannen werden ondervraagd over hoe zij hun dag doorkomen. Die tuinmannen bleken veel werk te hebben omdat mensen uit sproeischaamte de planten laten verschrompelen tot een verdorde bruine massa. Met in het achterhoofd de waarschuwing dat we zuinig moeten zijn met water omdat anders de waterdruk wegvalt. En het zojuist in de tuin opgezette zwembad van iets meer dan een paar kuub moet toch gevuld.
Wat dan weer een melding op nu.nl vreemd doet klinken. "Patrick" mocht bij zijn klant zijn flesje niet vullen met water. De complete goegemeente reageerde daarop, voor de verandering eens zeer eensgezind, met hoe schandalig dat was. En de betere rekenneven vielen over elkaar heen om uit te rekenen wat nu de kostprijs van een liter water was. De prijzen bleken te verschillen, naar gelang de rekenvaardigheid. "Patrick" kreeg wel goede tips. Onder meer de tip RoundUp mee te nemen bij de oplevering van de tuin maar dan verpakt in een flesje van POKON. Een hoeveelheid strooivoer in de verse aarde schoffelen zou de klant ook wel een lesje kunnen leren. Dat "Patrick" ook zelf genoeg drinken had mee kunnen nemen, een opmerking van een collega-tuinman, bleek minder begrip op te leveren.

De tuinmannen op tv waren niet ontevreden over de sproeischaamte. Verdorde verschrompelde planten zijn snel bij elkaar geveegd en na de warmte mogen ze terugkomen om nieuwe perkgoed te planten. Geluk bij een ongeluk is dat rokers tot een uitstervende groep behoren, anders zouden we binnen de kortste keren verziedende tuin-, bos- en heidebranden hebben. Het is wel een mooi woord dat sproeischaamte. Misschien wel een mededinger in de verkiezing voor Woord van het jaar.

Volgens de reclame van Justdiggit kunnen we door te graven de aarde vergroenen. Hoe dan? De gebieden in Afrika waar ze graven heeft een dermate verdroogde aardkorst, dat regen als die valt niet door kan dringen in die aarde waardoor de erosie versneld. Door te graven wordt de aarde weer doordringbaar. En bij een meter diep gat blijft het water ook staan. Zaadjes in de grond en de aarde zal vergroenen.
Misschien een les voor ons? Na een paar dagen hittegolf zie je de aardkorst ook veranderen in een harde laag. Dus als dan uiteindelijk de eerste onweersbui het nodige water in onze tuinen laat terecht komen, zal dit water niet in de aarde doordringen en de straten stromen weer over. Heeft u daadwerkelijk sproeischaamte? Vertoon dan geen schoffelschaamte! Anders hebben we binnenkort naast de tuintegeltaks ook de verdroogde aarde taks.
Als de Neanderthaler Donald T. er maar geen lucht van krijgt. Want dan laat hij namelijk aan de grens met Mexico geulen graven. Dat kost minder dan een muur. Wat bramenstruiken planten of poison ivy en hij heeft een groene ondoordringbare muur. En een argument om de opwarming van de aarde te ontkennen. Want met de grote hoeveelheid CO2 in de lucht, groeien die planten nog sneller en bereikt hij onbewust de milieudoelstellingen.

Mijn kat heeft er geen last van, van die sproeischaamte. Niet dat dat goed is voor de planten, maar ach, hij doet het meestal bij ons in de tuin. Het beestje wordt al oud. Vroeger was hij de schrik van de buurt. Nu kan hij alleen nog zijn eigen tuin afbakenen zonder schrammen op te lopen. Zijn eigenwaarde is tegenwoordig ver te zoeken. Maar dat is een andere schaamte.
Wij mensen hebben het toilet uitgevonden. Een afgesloten ruimte waar men ongezien kan zetelen. Vaak met wat leesvoer erbij. Ik lees al sinds mijn jeugd op de wc. Even een rustmoment. Vroeger strips, tegenwoordig verhalen of columns. Geen zware kost. Met Kerst krijg ik dan ook steevast de nieuwste bundel columns van Youp van 't Hek. Het geeft iets meer cachet dan een beduimelde scheurkalender van Max. Die andere Max, alleen nog bekend bij de MAX-generatie. Handzame boekjes met korte verhalen zijn het, die bundels van Youp. Sinds ik uit hygiënisch oogpunt een bewegingssensor voor het licht heb geïnstalleerd mag een column niet meer dan een anderhalve pagina zijn. Na installatie leek het allemaal prima, totdat ik me realiseerde dat mijn kruin zittend net onder de sensor valt. Een lichtknop in een jaren zeventig huis zit namelijk hoog. Met als gevolg dat als ik bijna anderhalve bladzijde heb gelezen ik met het boek in de hand een zwaaibeweging moet maken, waarna het licht weer aangaat. Het geeft iets meer druk op mijn leessnelheid.

In Youp's bundel van 2018 staat de column "Duidelijke taal". Youp verhaalt over dat hij de goegemeente over zich heen kreeg na het gebruik van het woord pisnicht. Dat kon toch niet meer in de huidige tijd. Dat had overigens niets te maken met sproeischaamte. Pisnicht blijkt dermate politiek incorrect dat het woord verbannen moet worden. Youp zal Youp niet zijn, als hij het gewoon blijft gebruiken. Het was zijn inleiding op het komkommernieuws dat door de taalcommissie van de NOS de aanduiding "blanke boer" is veranderd in "witte boer". Blank heeft namelijk de connotatie rein en schoon. Wit heeft dat niet en wordt gebruikt in zwart-wit.

Wat dat betreft snap ik de hang naar de bekrompen jaren '50 niet. Als kind van de vrijheid-blijheid-generatie ervaar ik heden ten dage dezelfde sociale druk als er was in de jaren 50', maar dan met een andere focus. Alles wat een zweem heeft van politieke incorrectheid mag niet meer. Vlaamse Gaai en Negerzoen zijn al jaren in de ban. Gaai en Zoen zijn de juiste benaming. De laatste bleek reclame-technisch zelfs meer mogelijkheden te bieden. Elk nadeel heeft zijn voordeel. De Oranje-variant werd opeens WK-zoen. En men zag nog veel meer mogelijkheden zoals Koningszoen. Maar de chocolade variant is een Zoen. In de dagelijkse praktijk heten ze gewoon nog Negerzoen of op zijn Vlaams Negertet. Dat laatste woord is weer de verklaring van het ontbreken van de WK-zoen tijdens het WK vrouwenvoetbal. Er wordt overal rekening meegehouden.
Pas tegen de tijd dat de generatie die opgegroeid is met deze woorden daadwerkelijk is uitgestorven, zal het woord de vergetelheid in gaan. Net zoals het gebakje. De suikeractivisten zullen tegen die tijd het wel uit de schappen van de winkels hebben doen verdwijnen. Misschien dat ze dan illegaal in verlaten boerenstallen worden gemaakt. Als bijverdienste van een groep tandartsen, die hun brood uit de mond gestoten ziet worden daar alleen nog beugels worden aangebracht, maar dan door Hans Anders of Beter Horen.


Zebra reeks
Het SIC heeft ooit gedreigd om aan boekverbranding te gaan doen als het woord neger niet uit de Grote Van Dale zou worden geschrapt. Raar. En nonsens. Laat ze eerst eens de film Fahrenheit 451 kijken. Ik neem maar aan dat met zo een hekel aan boeken, lezen van het boek te veel gevraagd is. En misschien dat het SIC zich wil realiseren dat een woordenboek de betekenissen van de klanken in een levende taal beschrijft. Door de beschrijving weg te halen is de klank niet weg. Gebruik het woord daarom niet of kom met een alternatief. Dat dan in het woordenboek beland. Maar er is al een goed alternatief, namelijk mens.
Velen van ons hebben een symbool van rechtvaardigheid gelezen: De hut van Oom Tom. Meestal als De negerhut van ome Tom. De oorspronkelijke titel is Uncle Tom's Cabin or Life among the Lowly. Dus de vrijheid van de vertaler is al die jaren beeldbepalend geweest in combinatie met de afbeelding op de voorkant van het boek. Alhoewel er ook veel versies zijn met op de voorkant de sterke Eliza die over het kruiende ijs van de rivier vlucht.
Zou in eerste instantie de letterlijke vertaling gebruikt zijn, was er nooit een vuiltje aan de lucht geweest. Andere tijden. De titelwijziging is geruisloos geweest. Er heeft nooit een haan naar gekraaid. Het woord wordt niet gebruikt. In Amerika was er wel veel stampei. Aldaar is zelfs Martin Luther King voor een Uncle Tom uitgemaakt. In mijn ogen is een ander karakter uit het boek een beter vergelijk, mits George Harris in de verhaallijn niet naar Liberia was gegaan. Boeken moet men lezen in de geest van de tijd dat deze zijn geschreven.

Dat geldt ook voor het volgende kinderversje dat zeer vaak uit de context wordt gehaald.


Onze oude rijmpjes en versjes, 1990

Moriaantje zo zwart als roet
Ging eens wandelen zonder hoed
Maar de zon scheen op zijn bolletje
Daarom droeg hij een parasolletje

De gehanteerde afbeeldingen helpen er niet bij. Op de één of andere manier beperken we ons altijd tot de eerste strofe. Maar het versje gaat verder, veel verder. Een drietal treiteraars wordt door Grote Klaas voor straf in een inktpot gestopt. Waarna ze zwarter dan Moriaantje door het leven gaan. Waarbij de woorden in de laatste strofe ook in de tijdsgeest gelezen moeten worden. Vreemds betekent anders. Het is niet meer dan een wijze les. De Zangeres zonder naam zou er een kanjer van een hit mee gehad kunnen hebben.

't Was enkel door hun stout gespot,
Dat zij geraakten in den pot;
Dus, lieve kind’ren! spot toch niet,
Als gij iets vreemds aan and’ren ziet.

De kracht van het woord. Woorden benoemen. Woorden begrenzen. Waarmee de essentie van het benoemde gevangen wordt. Zeg rivier en iedereen heeft het beeld van een rivier in gedachten. Alleen niet dezelfde. De een zal denken aan de Rijn, de volgende aan Maas of Waal, nog een ander aan de Amazone of die fantastische blauwe Donau. Nog meer woorden, maar dan specifieker. Met misschien nog meer beelden. De boot van de Zonnebloem op de Rijn voor je galgenvakantie, de onder de purp'’ren hemel liggende hoge bergen van het land van Maas en Waal, of een getekende gele eend die kwaakt op de melodie van Strauß.
Woorden worden gewogen. Kunnen alle woorden nog gebruikt worden zonder kwetsend te zijn? Of zonder te specifiek te zijn? Deze weging maakt iedereen zelf. Dus men neemt verantwoordelijkheid. En soms wordt door een stel wijze hooggeplaatsten deze opgelegd, met de beste bedoelingen. Waarna het klootjesvolk er op zijn eigen manier mee omgaat. Wat meestal betekent dat men zich er niets van aantrekt en de keutel van de hooggeplaatsten uiteindelijk weer wordt ingetrokken. Zo zijn er verwoede pogingen gedaan om alle beroepen te vervrouwelijken. Timmervrouw, loodgietster, tuinvrouw, metselares, molenares. De omgekeerde variant van kruidenvrouwtje naar kruidenmannetje dan weer niet. Deze woorden hebben het dan ook nooit gehaald. Een timmerman is iemand die timmert. Een tuinman is iemand die tuiniert. Van welk geslacht deze persoon is, ligt niet (meer) in het woord besloten. Het omschrijft een ambacht. Voor de bewustwording was de discussie wel nodig, maar taal laat zich niets gelegen aan een nieuwe moraal, die net zo snel weer verouderd. Wat bleef was de aanduiding (M/V).


Vlaamse vacature
Henk Elsink heeft lang geleden toen de (M/V) opkwam die politieke correctheid eens danig op de hak genomen. Met als uiteindelijke resultaat een verzonnen personeelsadvertentie die een volledige krantenpagina besloeg met eisen voor iemand die nooit gevonden ging worden. Tot hilariteit van de toeschouwers en tot grote ergernis van links Nederland. (M/V) is inmiddels achterhaald en wordt langzaam vervangen door (M/V/X). In ieder geval in Vlaanderen. Waarmee alle waarde van de aanduiding verloren gaat. Iedereen is welkom om te solliciteren. Wat toch normaal zou moeten zijn. Bij de Universiteit van Eindhoven is dit echter nu even niet het geval. Alleen vrouwen kunnen solliciteren om zo een juiste afspiegeling te verkrijgen van de maatschappij. Pas na een half jaar zoeken, worden de functies opengezet voor (M/X). Wettelijk mag (V) niet. Dat is om met de woorden van Youp te spreken duidelijke taal. Misschien dan (V/X/M)? Dus in volgorde van voorkeur? Of (V)(+6m M/V/X)? Of gewoon de opmerking dat er een sterke voorkeur is voor een vrouwelijke kandidaat? Of alleen kandidate? Qua woorden zijn er vele keuzen te maken.

Ons afdelingsuitje was dit jaar een etentje in een wereld-restaurant. Niet werelds. Maar iedereen had het naar zijn of haar zin. Aangezien ik wat later was, kon ik bij binnenkomst de tafel overzien. Een bonte verzameling van mensen uit alle windstreken en van allerlei pluimage, afkomst en geaardheid. Waarbij niemand ooit denkt of iemand nu wel of niet tot een hokje behoort. De één volstond met wat blaadjes sla en gewokte groenten. De ander wist bij zijn zesde bord met moeite uiteindelijk de laatste donut of moorkop naar binnen te werken. Misschien dat de term moorkop toch ook eens aan een nadere inspectie moet worden onderworpen. En ik realiseer me dat onderworpen in deze niet een geweldige term is om te hanteren.
In mijn jeugd was uit eten echt een belevenis. Althans voor mij. Hoogstens twee keer per jaar. In vette jaren vaker, maar dan moest een houten, tinnen of koperen bruiloft samenvallen. En met de toenmalige grote gezinnen was die kans altijd aanwezig. De keuze uit restaurants was kleiner. Chinees-Indisch of Van der Valk. Dat was betaalbaar. Vooral de kers op de appelmoes en de specifieke zure slasaus bij Van der Valk waren hoogtepunten. En natuurlijk de Stroganoff-saus. Dat was toen nog niet te koop in de supermarkt, dus bijzonder. Veel later kwam pas de aan te lengen veel te zoute poedervorm van Knorr.
Mijn familie wist zich altijd wel te roeren. De hele wereldpolitiek en voetbal kwamen voorbij. Alles in een Haagse tongval. Eén van die familiebijenkomsten staat me nog levendig bij. Aan een andere tafel zat ook een verzameling Hagenezen. Dat geeft toch een band. Bij de koffie raakten de tafels aan de praat. Een tafelgenoot van de andere tafel had een kleurtje, als enige. Hoe men er op kwam, weet ik niet meer, maar de man werd aangeduid als toch een echt Haags bleekneusje. Nu zou dat als gênant worden gezien. Toen werd het ontvangen met luid gelach. Of Haags bleekneusje nog steeds tot het dagelijks taalgebruik behoort, ik weet het niet. Waarschijnlijk eerder als geuzennaam dan in de oorspronkelijke betekenis van ondervoede, armoedige zieke kinderen.

Nu in het nieuws de tropische temperatuur wordt besproken, zal binnenkort ook het zwartepieten in de zwartepietdiscussie wel weer de kop opsteken. Het blijft gevoelig. Black facing versus traditie. Heel zwart-wit in de media neergezet. Zelf heb ik me nooit afgevraagd waarom Zwarte Piet zwart was. Sterker nog, het is me uitgelegd in de toenmalige Sint Nicolaas verhalen. Van schoorsteen tot cadeaugrotten waren redenen. Maar ja de toenmalige verhalen hadden ook meer inhoud. De zwart-wit musical Een huis in een schoen (Een huis voor Annabel) staat nog in mijn geheugen gegrift. Toen ik deze op DVD aan mijn kinderen liet zien, bleek deze in kleur te zijn. Blijkbaar hadden wij thuis wat later een kleurentelevisie. Mijn kinderen vonden het erg saai. En hadden geen idee waarom iemand geen huis met meer dan 2 kamers kon vinden. Inwonen was hen vreemd.

In deze musical werd de hoofdpiet gestuurd om hulp te halen zodat de vastgelopen boot weggesleept kon worden. Tegenwoordig bel je dan mobiel, maar toen moest men op een vlot naar de kant varen. De hoofdpiet was de reddende engel. Waarbij ik bij het herkijken me nog steeds afvraag of er in de loop der jaren zwartere schmink op de markt is gekomen. In Piet Römer kan ik toch geen stereotype ontdekken. Ook geen zwart. Deftig aangesproken met Señor Piet. Respect moet er zijn. Leen Jongewaard zet veel sterker een stereotype neer.


Robbertje onrust, zonder jaar
De verhalen van de laatste jaren bestaan meestal uit hele domme acties en boeven met minder intelligentie dan de boeven die werden geportretteerd in Bassie en Adriaan. Zo voed je kinderen op met een beeld. Niet dat dat uniek is. Want na de oorlog was de jeugdlectuur doorspekt van dikke en in ieder geval heel domme Duitsers. Het waren de verliezers. Daar moest nog een appeltje mee geschild.
Maar dat beeld van domme pieten komt van de media, die dan weer doodleuk in alle doorgedraaide praatprogramma’s gaat zitten klagen.

Ik ontken zeker niet dat er rare situaties kunnen ontstaan. Ik heb ooit een Cro-Magnon tijdens een vakantie in Spanje tegen haar zoon horen roepen, kijk daar heb je Zwarte Piet. De man in kwestie keek eerst verbijsterd om. Schijnbaar inschattend wie hij tegenover zich had. En als zo vaak geeft actie reactie. Als u meekomt, dan wil ik mijn roede wel laten zien, was zijn antwoord. Niet direct een antwoord van hoog intellectueel niveau. Maar wel één met prettige gevolgen. De hele familie Cro-Magnon droop af richting strand. Zwaar in de wiek geschoten. In de resterende vakantiedagen hoefden we minder vroeg op te staan voor het handdoekenritueel. Het scheelde toch een stoel of 10.
Het zal in de analen van verjaardagsverhalen vaak teruggekomen zijn. In de huidige tijd zou gelijk een Facebook pagina opgetuigd zijn om deze onbeschaafde reactie te ridiculiseren. Waarbij in de reacties de verschillende groepen elkaar weer schaamteloos zwart maken. Maar het heeft niets te maken met een kinderfeest. Als een Cro-Magnon niet in staat is om onderscheid te maken tussen realiteit en fictie, zegt dat meer over de persoon dan over een feest. En zolang die Cro-Magnonmensen bestaan, maakt het niet uit of we een kinderfeest bewust om zeep helpen. Het zal het alleen maar erger maken.

Toen ik laatst bij de lift stond, lagen er allerlei hebbedingen voorzien van het oude bedrijfslogo klaar om mee te nemen. Hangmatten, tassen, paraplu's. Stevige stormparaplu'’s. Gratis, voor de heb. Twee jonge relatief nieuwe collega's stonden er weifelend bij. Men wilde ze wel pakken, maar voelden zich op de één of andere wijze bezwaard. Want ze waren nog niet zo lang in dienst. Onderling deden ze het af met het is toch mooi weer. Dus we hebben het niet nodig. Gezien hun gezonde tint gezegend met het nodige pigment om niet te verbranden, kon ik me dat voorstellen. Om hun toch ook een plu mee te laten nemen, zei ik tegen hen, gebruik ze dan als parasol. Een goedbedoelde aansporing. Door mijn hoofd schoot toch dat kinderversje.

Moriaantje zo zwart als roet
Ging eens wandelen zonder hoed

Opgelegde sproeischaamte.