Van een oud mensch de dingen die voorbijgingen, kwamen en bleven

Agile in het dagelijkse leven: Omzien is vooruitzien

Home> Gelezen, gezien of gehoord> Diversiteit

Diversiteit

Daar zijn ze weer

Gezien bij M: Kajsa Ollongren, Joyce Sylvester en Jeltje van Nieuwenhoven over algemeen kiesrecht. Zoals gebruikelijk valt de goegemeente buitelend over elkaar heen, om in korte bewoordingen te melden hoe de vork nu echt in de steel steekt.

Een korte zoektocht levert verschillende reacties op. Maar met betrekking tot het bovenstaand fragment is de onderstaande reactie nog redelijk eloquent.

Domme quota's op verschillende plekken. Willen we ook meer vrouwelijke metselaars, ICT , bouwvakkers en stratenmakers? Oh nee dan is het te zwaar. We gaan naar volledig gefeminiseerde samenleving toe waarbij mannen moeten voelen, denken en zich gedragen in wat vrouwen willen. Sodemieter op! Werk hard (70 uur per week), toon ambitie en profileer je. I.p.v. diversiteitquota's.

Ik ervaar het als vermoeiend al die directe meningen. Ik kom uit een tijd waarin ongenoegen middels een ingezonden brief mogelijk een paar dagen later in de krant stond, misschien wat ingekort. Over die brief was nagedacht. Eventueel handgeschreven en daarna overgetypt middels de vertrouwde zwarte, zware Remington. En vervolgens gezet in blokletters. Dat is toch echt anders dan alleen het beroeren van een toetsenbord waarvan de delete- of backspace-toets op wonderlijke wijze zijn verdwenen.

In de reactie staat het woord quota. Ik heb geen idee naar welk programma deze schrijver (M/V/X) heeft gekeken. Het woord quota heb ik niet gehoord. Wel een vrije interpretatie van onze geschiedenis. In de 19e eeuw mochten inderdaad alleen mannen stemmen, maar wel met de nuance van vermogende mannen. Een fabrieksarbeider dus niet. Censuskiesrecht. De betaler beslist. Een variant op de vervuiler betaald. Het kan verkeren.

Ook hoorde ik dat men tegen wil en dank de taak van rolmodel op zich wilde nemen en er de intentie is om te streven naar een vrouwelijke premier. Mijn dank is onmetelijk groot. Breng het dan ook in de praktijk. Constateren dat 20 jaar geleden de eerste vrouwelijke premier zou komen en dit niet is gebeurd, kan je moeilijk Lodewijk Asscher kwalijk nemen. Om te oogsten dient men eerst te zaaien. Blijkbaar is er 20 jaar geleden niet gezaaid. Preken voor eigen parochie en het genoeglijk met elkaar eens zijn, is te makkelijk. Wat zaait men dan?


WSPU hunger-strike medal

Respect voor Joyce Sylvester is vanzelfsprekend. Dat er dan wat water door de Rijn is gegaan en het niet even makkelijk was, dat mag benoemd worden. Maar laat zien dat alles mogelijk is. We staan (helaas) ook niet meer stil bij de strijd van de suffragettes. Hun strijd was baanbrekend. Hun medailles verdienen nog steeds respect. En dat dient getoond worden door hun strijd een vervolg te geven.

Media zijn beeldvormend. Welk beeld wil de media vormen? Dat het alleen maar moeilijk is en de happy few iets bereikt? Dat zij de voortrekkers moeten zijn? Maar door te benoemen dat een programma als Wie is de mol meer doet aan diversiteit dan de politiek, wordt die stelling gelijk weggevaagd.

De voorzichtige poging in Mary Poppins door Mrs. Winnifred Banks die Sister Suffragette zong, blijft een mooi eerbetoon. Maar tevens een waarschuwing dat de oogst later zou komen. We schrijven 1964. En in dit gesprek wordt gedaan alsof het een nieuw denkbeeld is.

So, cast off the shackles of yesterday!
Shoulder to shoulder into the fray!
Our daughters' daughters will adore us
And they'll sign in grateful chorus
"Well done! Well done!
Well done Sister Suffragette!

In de Leidraad stond een aardig stukje over hoe in de praktijk rolmodellen zich presenteren. Tijdens Internationale Vrouwendag namen hoogleraren hun buurmeisje of dochter mee naar het Rapenburg. Gewoon laten zien, dat kan jij ook. Maar het is wat specifiek. Een doorsnee hoogleraar zal niet in een doorsnee wijk wonen.


Leidraad, 2 2019, pagina 11

Als verwoed BBC-kijker zie ik pogingen in tv-series die hetzelfde beogen, maar genormaliseerd. Garden rescue is een Engelse niet commerciële variant op Eigen huis en tuin. Uitgezonden gedurende de middagprogrammering. De doelgroep en het bereik van dit programma is mij niet duidelijk. Daartoe is de Britse cultuur voor mij te ondoorgrondelijk. Misschien alleen de generatie MAX, maar het zou kunnen verkeren. Bij de herinrichting van een tuin wordt zo nu en dan een muurtje gemetseld en van pleister voorzien. Door een jongedame, die in tegenstelling tot haar mannelijke collega's een passende broek aan heeft. Dus geen bouwvakkersdecolleté. Gewoon een vrouw, die met plezier volgens het eerdere citaat te zwaar werk verricht.

In Line of duty zat dit seizoen een scène waarin op de achtergrond een politieagente getooid met een hoofddoekje haar werk verricht. Mij viel het op. Anderen zullen het onbewust waarnemen. Als het maar vaak genoeg wordt getoond, is er onbewust acceptatie.

Dichterbij is de "Edwin Evers band" te noemen. Deze bestaat uit mannen en vrouwen. Met Sandra Sahupala op percussie. En als Edwin zingt, gaat Tessa Boomkamp los op het drumstel. Gewoon uitwisselbaar. En met veel plezier. De jongere generatie zal hen als rolmodel kunnen hanteren.

Maar bij al deze voorbeelden is de oogst pas later. Nu zaaien en dan is er misschien over 20 jaar de oogst.

Our daughters' daughters will adore us.

In historisch perspectief gezien, zijn we inderdaad net 100 jaar verder. In 1919 mochten vrouwen actief stemmen. Twee jaar later dan de mannen. Wij denken nu dat het altijd zo is geweest. Het is er pas 100 jaar. Het is misschien een eeuwigheid, maar het is pril. Heel pril. Met twee wereldoorlogen achter de rug. Waarbij tijdens WOII vrouwen de arbeid van de mannen overnamen. Zolang het duurde.

Tijdens het interview worden zwart-wit beelden getoond. Van die kneuterige jaren '50. Coronation street, maar dan echt. Een paar niet geheel willekeurige beelden waarin vrouwen worden afgeschilderd als onderdanig. Te makkelijk. Zie de afbeelding uit een Katholieke Illustratie.


Katholieke Illustratie, 14, 1948, pagina 41

Het artikel heeft als titel: De drang naar bredere ontwikkeling. In een snel veranderende samenleving, we schrijven echt 1948, waarin specialisatie schering en inslag wordt, zullen andere capaciteiten worden aangesproken. M.U.L.O of H.B.S. zullen niet meer toereikend zijn. De zoon van kruidenier Pietersen zal een middenstandsdiploma moeten behalen om de zaak van zijn vader over te nemen. Het Nederlands Schriftelijk Studiecentrum der paters Augustijnen is het antwoord. Zonder de zorg dat door een aantal neutrale instituten lessen worden verspreid, die een gevaar opleveren voor zedelijkheid en geloof. Maar dan wel in passende beroepen! Een onderwijzeres gaat op voor haar middelbaar Frans, de directie-secretaris heeft de toekomst met een vak als economie. En het is echt de zoon van mijnheer Pietersen, of bij gebrek aan, de schoonzoon die de zaak overneemt. Maar vrouwen studeren in 1948.

M had ook in de archieven andere zwart-wit beelden kunnen vinden. Media bepalen hoe wij in het leven staan.

Het geldt voor alle vormen van diversiteit. Een woord dat feitelijk verbannen zou moeten worden in deze context. Want in essentie benadrukt het verschillen, verschillen die er natuurlijk mogen zijn, maar die door de nadruk de verschillen blijven die het verschil maken. De gevolgen worden redelijk droog door Susan Brownmiller opgesomd in Femininity (1984).

In mijn prilste jeugd las ik Diklaan. Een verspreking waar ik nog steeds moeilijk van af kom. Dick Laan schreef alleraardigste boeken over Pinkeltje. Wel zeer moralistisch volgens de huidige maatstaven. Toen heette dat opvoedkundig. In tegenstelling tot Van Abkoude's verafschuwde Pietje Bell (1914). De voorloper van Astrid Lindgren's Pipi Langkous (1945). Mijn juf op de kleuterschool was er geen voorstander van dat ik die boeken las. Het zou de opvoeding tegenwerken. Misschien dat daarmee de basis is gelegd voor mijn balsturigheid. De avonturen van Pinkeltje waren dus opvoedkundig wel verantwoord. De afbeeldingen in die boekjes over Pinkeltje doen nu de wenkbrauwen wel fronsen.


Pinkeltje en de auto-raket, pagina 45, 1969

De illustrator Rein van Looy (1910 - 1994) was toen 59 jaar. Maar opgegroeid in een tijd dat de slavernij nog maar net in Nederland was afgeschaft. Men oogst wat men zaait. Grootgebracht met denkbeelden die toen algemeen waren. Maar hij was geen uitzondering Ik heb ooit een kookboek uit de jaren '50 weggegooid. Uit plaatsvervangende schaamte. Een kookboek van een fabrikant die onderaan de bladzijden een mini-strip had geplaatst. How do they do it (Discovery Channel), maar dan in pentekeningen. Op de laatste pagina een afsluitende tekst in de trant van wat zouden die domme negertjes raar opkijken wat we van hun pinda's maken.

Je oogst, wat je zaait.

In hoeverre illustraties gelezen tekst beïnvloeden, daar ken ik geen onderzoek van. Feit is wel dat de herdrukken van deze verhalen tekstueel en illustratief zijn aangepast. Heb je ze echter in de kast staan of koop je ze in bulk op een rommelmarkt wanneer je het niet zo breed hebt, dan kom je bij het voorlezen er nog mee weg. Maar geef je ze aan je eventuele kleinkinderen of kinderen, dan blijft dat beeld gehandhaafd.

Met dan wel nog een vileine toevoeging. Om onduidelijke redenen heb ik twee exemplaren. De 2e druk uit 1969 en de 14e druk uit 1991. Die laatste is misschien ooit cadeau gedaan aan mijn zoon. In het exemplaar van 1991 staat dezelfde afbeelding. Ik wist het niet, maar tot en met 1994 werden de boeken van Dick Laan vrij letterlijk herdrukt. Achteraf is de keuze om pas vanaf 1995 andere illustraties te hanteren, eufemistisch gesteld, ongelukkig. Door deze herdrukken zou de uitgever van die inkomsten makkelijker boeken hebben kunnen uitgeven van nieuwe auteurs zoals Jan Terlouw en Carry Slee.

Je oogst wat je zaait. Maar wat is er nu gezaaid?

In de huidige tijd is het medialandschap volledig onoverzichtelijk. En niet meer te sturen vanuit het principe van zelfreiniging. Kranten hebben hun plaats afgestaan aan het internet. Van twee televisiekanalen zijn we naar een ontelbaar aantal gegaan. Wie kijkt er nog naar M? Een programma als het Songfestival wordt wel goed bekeken. Brownmiller zal het met lede ogen aanzien. Beelden van twerkende, schaars geklede dames in muziek- en home-video's zijn ook rolmodellen evenals de vloggende make-up reclamezuilen. Facebook en Instagram zijn voor mij een ver-van-mijn-bed-show. Ik heb nooit ingezien, waarom ik een zware beveiliging op mijn voordeur zou zetten en dan doodleuk ga posten hoe gezellig ik het heb op een Grieks eiland of een vakantiepark in Drunense duinen. "Ramen dicht – Licht aan – Deur op slot". Maar tegelijk in neonlicht een uitnodiging om de sleutel onder de deurmat te gebruiken. Via de traditionele kanalen krijg ik nog genoeg mee. Slechts met 1000 volgers levert een foto van een aller charmantst meisje in een schattig prinsessenjurkje een goede €600,00 op. Dat zakje snoep in haar handen was genoeg. Jong geleerd, is oud gedaan.

Je oogst wat je zaait. Our daughters' daughters will adore us.

Het enige wat we er tegenover kunnen blijven zetten zijn voorbeelden. Waarbij we in eigenheid niet het bijzondere benadrukken, maar het gewone. Dat is anders dan acceptatie of struisvogelgedrag vertonen. Vraag geen rekenschap aan anderen, maar toets jezelf. Neem je lans erbij, geef Rocinante de sporen en storm op die molen af. Doe het. Maar zeur niet.

Afgelopen zaterdagochtend kwam op tv het programma Rond de Noordzee voorbij. We bleven even hangen na wat zappen. Het bleek een Vlaams programma, dat de complete kustlijn van de Noordzee langsging. Men verbleef nu in Schotland. Zou er verschil zijn tussen de Zeedijk aan de Vlaamse kust? Een troosteloos spookdorpje, na de storm van 1953 onbewoonbaar verklaard, bleek even verderop herbouwd. Op zoek naar verhalen bevroeg Arnout Hauben de schaarse passanten.

Een oudere man en een ogenschijnlijk jongere vrouw, mogelijk een echtpaar waren de eerste slachtoffers. Een oranje zomers niemendalletje accentueerde de vormen van de vrouw. De make-up had veel weg van de opvallende make-up die bij travelers gemeengoed is. Arnout Hauben hanteerde dit als startpunt van een gesprek. "U heeft mooie make-up. A-typisch voor deze omgeving!". Ze liepen stug door. Weinig zin in dit gesprek. Gehaast. Uiteindelijk kwam er moeizaam een gesprek op gang. Op het aanhoudend bevragen naar haar werk, bleef het antwoord ditjes en datjes. Mijn schoonzoon in spe en ik wisselden een blik van verstandhouding. Het prototype van een Oost-Europese importbruid. Uiteindelijk kwam er toch een antwoord. "Ik heb in Oxford gestudeerd. U weet toch wat Oxford is? Theologie overigens."

De blik van verstandhouding, werd een moment van verbijstering. Gobsmacked. De film The Others bevat een scène die mij nog steeds de stuipen op het lijf jaagt. Er valt slechts een deur dicht. Nu werd de deur naar de kamer van ruimdenkendheid waarvan wij dachten dat deze wagenwijd open stond, dicht gesmeten. Met een donderend geraas werd een laag extra gehard glas op het glazen plafond gesmeten. Met een snerpend geluid zakte het iets naar beneden.

Bij toverslag verrees uit het niets voor mij een molen.

Media bepalen ons beeld. Of vragen we onszelf rekenschap?